Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995, ECLI:NL:PHR:1995:17.
6. De vraag in hoeverre het door een verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel rechtstreeks verhaald kan worden op goederen die eigendom zijn van aan hem (mede) toebehorende vennootschappen, is niet eenvoudig te beantwoorden. Recent heeft R.M. Hermans in het NJB de (vooral civielrechtelijke) problemen die daaraan verbonden zijn in een zeer lezenswaardig artikel uitgebreid besproken, Het ontmantelen van verhaalsconstructies, NJB 26 mei 1995, afl. 21, p. 772–782. Zijn conclusie luidt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e763deac8f7010a04465a1602242193bb24463d186a6af4de7532652329b49b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e763deac8f7010a04465a1602242193bb24463d186a6af4de7532652329b49b, en de alinea staat in dat document op bytes 10878 tot 11384.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e763deac8f7010a04465a1602242193bb24463d186a6af4de7532652329b49b | shasum -a 256