Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995, ECLI:NL:PHR:1995:17.

7. In de parlementaire behandeling van de zgn. ‘’plukze-wet’’ is dat standpunt overigens niet terug te vinden. Het is opmerkelijk dat het (meest) voor de hand liggende probleem: ‘’hoe pak ik criminele vermogens aan die via (al dan niet buitenlandse) rechtspersonen worden belegd?’’, niet duidelijk wordt besproken. Als het gaat om het ongedaan maken van allerlei ‘’schijnconstructies’’ en ‘’witwas’’ acties die de verdachte heeft ‘’opgezet om door hem wederrechtelijk verkregen voordeel aan het zicht en de greep van de staat te onttrekken’’, vertrouwt de wetgever op de actio Pauliana uit art. 94d Sv. (TK 21 504, nr. 3 p. 26). In het verlengde van die actie kan er volgens de MvT beslag worden gelegd op de voorwerpen en rechten die volgens de officier van justitie terug moeten vloeien in het vermogen of de beschikkingsmacht van de verdachte, dit tot bewaring van het recht tot verhaal. Het rechtstreeks beslag leggen op dergelijke goederen buiten het verband van de Pauliana is, voor zover ik dat heb kunnen nagaan, niet aan de orde geweest bij de totstandkoming van de plukze-wet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e763deac8f7010a04465a1602242193bb24463d186a6af4de7532652329b49b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e763deac8f7010a04465a1602242193bb24463d186a6af4de7532652329b49b, en de alinea staat in dat document op bytes 11839 tot 12979.