Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995, ECLI:NL:PHR:1995:17.

9. Tenslotte wijs ik nog op de mogelijkheid dat de rechtspersoon waarin het illegaal verkregen vermogen verdwijnt, zich schuldig maakt aan heling en dat tegen de rechtspersoon als verdachte van heling dan wel schuldheling rechtstreeks een vervolging wordt ingesteld en een strafrechtelijk financieel onderzoek wordt gestart. Vgl. de bijdragen van Reijntjes, Van Duyne en Schaap onder hun red. tot stand gekomen bundel Misdaadgeld, Arnhem 1993, p. 7 e.v.; 14 e.v. en 119 e.v. Gelet op de vele problemen die rijzen bij een beslag ex art. 94a Sv (zo dit al mogelijk is), verdient die handelwijze verreweg de voorkeur.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e763deac8f7010a04465a1602242193bb24463d186a6af4de7532652329b49b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e763deac8f7010a04465a1602242193bb24463d186a6af4de7532652329b49b, en de alinea staat in dat document op bytes 13333 tot 13961.