Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995, ECLI:NL:PHR:1995:17.

11. In de jurisprudentie is ten aanzien van het verhaal van belastingschulden in een aantal gevallen vereenzelviging van de stroman of de rechtspersoon met de ‘’werkelijke eigenaar’’ aanvaard. Zie bijv. rechtbank Den Haag 1 maart 1995, VN 1995, p. 1121 e.v. en president rechtbank Alkmaar 30 maart 1995, VN 1995, p. 1437. Afgezien van de vraag of deze jurisprudentie uiteindelijk in hoogste instantie wordt bevestigd, valt het op dat de rechter in die zaken pas na een zeer uitgebreid onderzoek naar de concrete omstandigheden tot de slotsom komt dat ‘’vereenzelviging’’ mogelijk is. In de Haagse zaak viel uiteindelijk een aantal mogelijke ‘’stromannen’’ voor het verhaal af, omdat onvoldoende vaststond dat de te hunne name gestelde onroerende zaken daadwerkelijk toebehoorden aan de belastingplichtige van wie een belastingschuld werd verhaald. Met andere woorden: indien een dergelijke vereenzelviging al mogelijk is, dan toch alleen indien er ernstige aanwijzingen zijn dat de rechtspersoon voor geen ander doel is gebruikt dan het onttrekken van gelden aan een mogelijk verhaal door de overheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e763deac8f7010a04465a1602242193bb24463d186a6af4de7532652329b49b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e763deac8f7010a04465a1602242193bb24463d186a6af4de7532652329b49b, en de alinea staat in dat document op bytes 14668 tot 15807.