Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995, ECLI:NL:PHR:1995:17.

17. Met verwijzing naar de Memorie van Toelichting op het wetsontwerp 21 504, p. 27, wordt betoogd dat onder de failliete rechtspersoon geen conservatoir beslag kon worden gelegd. Deze klacht is mijns inziens gegrond, voor zover er geen sprake is van een derden-beslag (Over de mogelijkheid daartoe later meer). Voor zover de rechtbank van oordeel is dat er geen sprake is van een beslag onder derden, maar een rechtstreeks beslag op de onroerende zaken van [A], is het middel gegrond. Uit de betreffende passage uit de Memorie van Toelichting kan worden opgemaakt dat in de ‘’plukze-wet’’ de regel (art. 33 Fw) dat in geval van faillissement alle beslagen vervallen, wordt gerespecteerd. Die regel impliceert dat ook geen beslag gelegd kan worden, zolang het faillissement niet is beëindigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e763deac8f7010a04465a1602242193bb24463d186a6af4de7532652329b49b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e763deac8f7010a04465a1602242193bb24463d186a6af4de7532652329b49b, en de alinea staat in dat document op bytes 18085 tot 18900.