Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995, ECLI:NL:PHR:1995:17.

30. De minister van justitie heeft zich bij de behandeling van het wetsontwerp dat tot de ‘’Plukze-wet’’ heeft geleid, aanvankelijk op het standpunt gesteld dat een strafrechtelijk financieel onderzoek niet kan worden aangevangen nadat de hoofdzaak ter terechtzitting aanhangig is gemaakt (TK 21 504, nr. 3, p. 30). In een latere fase van de behandeling lijkt hij van mening te zijn dat de instelling van het strafrechtelijk financieel onderzoek moet plaatsvinden voordat het onderzoek ter terechtzitting een aanvang neemt. Zie Corstens, Ned. Strafprocesrecht, p. 328 en de daar genoemde vindplaatsen. De vraag rijst of dit ook betekent dat de bevoegdheid tot inbeslagneming dan wel handhaving van het beslag ex art. 94a Sv alleen voordat het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, mag worden uitgeoefend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e763deac8f7010a04465a1602242193bb24463d186a6af4de7532652329b49b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e763deac8f7010a04465a1602242193bb24463d186a6af4de7532652329b49b, en de alinea staat in dat document op bytes 26161 tot 27005.