Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 december 1995

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 8 december 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 december 1995, ECLI:NL:PHR:1995:18.

Vervolgens overweegt het Hof in rechtsoverweging 5.9 dat Bemico de juistheid zal dienen te bewijzen van haar door Cornebo betwiste stelling dat de lampen door Cornebo op 10 juli 1987 niet zouden zijn hersteld ‘’nu Cornebo niet zonder grond stelt dat Bemico haar op 7 juli 1987 geen redelijke termijn voor het herstel van het verzuim heeft gegund (memorie van grieven sub 5.3)’’. (Ik merk hierbij op dat Cornebo in de door het Hof genoemde passage van haar memorie van grieven niet alleen betoogt dat de gestelde termijn niet redelijk was omdat de litigieuze lampen — anders dan Bemico beweert — ook na de gestelde termijn doorverkocht konden worden, doch tevens dat zij overigens wel bereid was aan die te korte termijn te voldoen en dat Bemico in strijd met de redelijkheid en billijkheid handelde door de hersteltermijn eenzijdig in te trekken.) Daarop komt het Hof tot de slotsom dat Bemico moet bewijzen

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ace80c2cc68ff0c94fd19a446019f1a21f608ecc6c37e2be7ed78a7fe63acf1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ace80c2cc68ff0c94fd19a446019f1a21f608ecc6c37e2be7ed78a7fe63acf1, en de alinea staat in dat document op bytes 9805 tot 10738.