Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 december 1995

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 8 december 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 december 1995, ECLI:NL:PHR:1995:18.

Voorop moet worden gesteld dat het Hof slechts toekomt aan een beoordeling van de bewijslevering met betrekking tot de vraag of afname van de litigieuze lampen als seizoenartikel redelijkerwijze na 10 juli 1987 niet meer mogelijk was indien Bemico erin slaagt te bewijzen dat Cornebo niet tijdig had kunnen voldoen aan Bemico's sommatie ervoor te zorgen dat de lampen uiterlijk op die datum konden worden uitgeleverd. Slaagt Bemico niet in dat bewijs dan is er immers — aldus het Hof — aan de zijde van Cornebo niet langer sprake van wanprestatie opleverende vertraging in de uitvoering van het overeengekomene. Derhalve moet eerst worden beoordeeld of Bemico in laatst bedoeld bewijs is geslaagd. In 's Hofs overwegingen ligt besloten — ik merk dat reeds aanstonds op — dat de vraag of de door Bemico gestelde termijn redelijk was, niet meer aan de orde komt; Bemico is belast met het bewijs dat Cornebo niet tijdig aan Bemico's sommatie had kunnen voldoen omdat anders geen sprake kan zijn van wanprestatie aan de zijde van Cornebo (nog daargelaten of de gestelde termijn redelijk was) nu Bemico Cornebo had verhinderd aan de sommatie te voldoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ace80c2cc68ff0c94fd19a446019f1a21f608ecc6c37e2be7ed78a7fe63acf1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ace80c2cc68ff0c94fd19a446019f1a21f608ecc6c37e2be7ed78a7fe63acf1, en de alinea staat in dat document op bytes 11590 tot 12760.