Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 december 1995

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 8 december 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 december 1995, ECLI:NL:PHR:1995:18.

Ik verwijs bovendien naar Uw arrest van 27 oktober 1905, W. 8287; met betrekking tot een onder vigeur van art. 203 Rv. gepleegd verzuim als door het onderhavige middelonderdeel bedoeld overwoog Uw Raad dat dit verzuim niet belangrijk genoeg is om, ‘’waar de wetgever geene straf van nietigheid bedreigd heeft’’, aan te nemen dat de betrokken uitspraak op die enkele grond nietig moet worden verklaard. De steller van het middel heeft aangevoerd dat het hier ging om een geval waarin aan de einduitspraak althans nog was deelgenomen door twee van de rechters voor wie de getuigenverhoren hadden plaatsgevonden. Hij verliest hier naar het mij voorkomt uit het oog dat deze uitspraak van Uw Raad art. 203 Rv. betrof, dat niet zoals art. 212 Rv. sprak van ‘’zoveel mogelijk’’ doch dat een vrijwel limitatieve opsomming gaf van de gevallen waarin afwijking gerechtvaardigd was van de regel dat ‘’regters die het getuigenverhoor niet hebben bijgewoond, niet mogen medewerken tot de uitspraak over de zaak waarin dat verhoor gehouden is’’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ace80c2cc68ff0c94fd19a446019f1a21f608ecc6c37e2be7ed78a7fe63acf1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ace80c2cc68ff0c94fd19a446019f1a21f608ecc6c37e2be7ed78a7fe63acf1, en de alinea staat in dat document op bytes 30239 tot 31309.