Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 december 1995

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 8 december 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 december 1995, ECLI:NL:PHR:1995:18.

Overigens lijkt de strekking van de klacht te zijn dat 's Hofs oordeel omtrent het getuigenbewijs ‘’gebrekkig’’ is omdat dat bewijs niet mede is beoordeeld door de raadsheer voor wie de verhoren hebben plaatsgevonden en aan wie de litigieuze onvolkomen lampen met name ook zijn getoond. Deze klacht lijkt erop neer te komen dat in het proces-verbaal onvoldoende tot uitdrukking is gebracht wat door de getuigen omtrent de lampen aan de hand van een demonstratie duidelijk is gemaakt. Het behoeft geen betoog dat een dergelijke klacht faalt aangezien de feitelijke grondslag der middelen alleen kan worden gevonden in de bestreden uitspraak en in de stukken van het geding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ace80c2cc68ff0c94fd19a446019f1a21f608ecc6c37e2be7ed78a7fe63acf1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ace80c2cc68ff0c94fd19a446019f1a21f608ecc6c37e2be7ed78a7fe63acf1, en de alinea staat in dat document op bytes 32650 tot 33344.