Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995, ECLI:NL:PHR:1995:19.

3. Aan de bespreking der middelen dient een onderzoek naar de bevoegdheid van de rechtbank tot kennisneming van het klaagschrift vooraf te gaan. Art. 552a lid 2 Sv bepaalt immers dat een klaagschrift inzake inbeslagneming etc. moet worden ingediend ‘’ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak wordt vervolgd of het laatst werd vervolgd’’. Op grond van de stukken staat vast dat ten tijde van de indiening van het klaagschrift op 27 maart 1995 de (hoofd)zaak reeds was beslist door het gerechtshof te Amsterdam en wel bij arrest van 10 januari 1995. Tegen dit arrest (waarbij aan verzoeker een gevangenisstraf van vijf jaar doch geen vermogensstraf of -maatregel is opgelegd) is beroep in cassatie ingesteld waarop nog beslist moet worden (zaak nr. 101.269; de conclusie is bepaald op 17 oktober a.s.). Vaststaat tevens dat ten tijde van de indiening van het klaagschrift het tegen verzoeker geopende strafrechtelijk financieel onderzoek nog liep en dat het de rechtbank is die bevoegd is om kennis te nemen van een eventuele, op de resultaten van dat onderzoek te baseren vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8470bd1a8b6196cb8c0f15ecbcda72712153d848142b8b4fb5782dfbdc28aa8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8470bd1a8b6196cb8c0f15ecbcda72712153d848142b8b4fb5782dfbdc28aa8d, en de alinea staat in dat document op bytes 4666 tot 5852.