Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995
Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995, ECLI:NL:PHR:1995:19.
Aangenomen moet derhalve worden dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om dàt gerecht tot kennisneming van een beklag dat betrekking heeft op de beslaglegging in het kader van een nog niet-geëindigd strafrechtelijk financieel onderzoek, bevoegd te doen zijn bij hetwelk dat onderzoek loopt. Die competentietoedeling is ook praktisch, omdat zij het beste aansluit bij de dwingend voorgeschreven gescheiden behandeling van de hoofdzaak en de ontnemingsvordering; aldus wordt voorkomen dat rechters die de hoofdzaak berechten, zouden moeten oordelen over kwesties die van belang zijn voor de separate ontnemingsprocedure, terwijl zij vooralsnog geen enkele bemoeienis hebben met dit deel van de zaak. In deze zin ook Mevis, T&C Strafvordering, aant. 11 bij art. 552a.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8470bd1a8b6196cb8c0f15ecbcda72712153d848142b8b4fb5782dfbdc28aa8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8470bd1a8b6196cb8c0f15ecbcda72712153d848142b8b4fb5782dfbdc28aa8d, en de alinea staat in dat document op bytes 8781 tot 9574.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8470bd1a8b6196cb8c0f15ecbcda72712153d848142b8b4fb5782dfbdc28aa8d | shasum -a 256