Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995, ECLI:NL:PHR:1995:19.
Wel merk ik op dat van ‘’vervolging’’ in de ruime zin van art. 552a lid 2 Sv slechts sprake zal kunnen zijn bij beslag in het kader van een procedure die kan leiden tot een ontnemingsvordering als bedoeld in art. 36e Sr. Indien echter na de behandeling van de hoofdzaak het beslag gehandhaafd blijft met het oog op een in te dienen vordering tot onttrekking aan het verkeer (art. 36b Sr jo art. 552f Sv) of met het oog op de bewaring van het recht van verhaal voor de opgelegde geldboete (art. 94a lid 1 Sv), brengt de ratio van art. 552a lid 2 Sv mijns inziens mee dat het beklag de hoofdzaak volgt. De rechter die de hoofdzaak moet beslissen of reeds heeft beslist, moet immers geacht worden de noodzaak van de voortduring van een dergelijk beslag het best te kunnen beoordelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8470bd1a8b6196cb8c0f15ecbcda72712153d848142b8b4fb5782dfbdc28aa8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8470bd1a8b6196cb8c0f15ecbcda72712153d848142b8b4fb5782dfbdc28aa8d, en de alinea staat in dat document op bytes 10455 tot 11257.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8470bd1a8b6196cb8c0f15ecbcda72712153d848142b8b4fb5782dfbdc28aa8d | shasum -a 256