Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995, ECLI:NL:PHR:1995:19.

Verdedigbaar is dat een dergelijke handelwijze niet kan, omdat de door de raadsman opgeworpen vragen vooralsnog bindend zijn beslist in beschikking A; uitgaande van die onaantastbare beschikking kon de rechtbank in beschikking B beslissen als zij heeft gedaan; zie in zijdelings verband HR NJ 1957, 456, 1975, 241 nt ThWvV en NJ 1989, 510 nt C tav de rechtskracht van een eventueel defectueus bevel tot bewaring. In die visie kan verzoeker diezelfde punten natuurlijk wel opnieuw aan de orde stellen bij de behandeling van een eventuele ontnemingsvordering teneinde alsdan via het instellen van hoger beroep en cassatieberoep het oordeel van de Hoge Raad te verkrijgen. In deze opvatting zou er sprake zijn van een oneigenlijk gebruik van rechtsmiddelen omdat beoogd wordt via een cassatieberoep ex art. 552d Sv een beschikking aan te vechten waartegen de wetgever geen voorziening heeft opengesteld. Een bijkomend praktisch bezwaar is dat de feitelijke vaststellingen aan de hand waarvan de middelen moeten worden beoordeeld, en de gronden waarop de rechtbank verzoekers bezwaren tegen het beslag heeft doen sneuvelen, zijn opgenomen in de niet aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen beschikking A.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8470bd1a8b6196cb8c0f15ecbcda72712153d848142b8b4fb5782dfbdc28aa8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8470bd1a8b6196cb8c0f15ecbcda72712153d848142b8b4fb5782dfbdc28aa8d, en de alinea staat in dat document op bytes 12673 tot 13892.