Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995, ECLI:NL:PHR:1995:19.
De eventueel op te leggen maatregel zal echter moeten zijn afgestemd op de materieelrechtelijke bepalingen zoals die golden ten tijde van de bewezenverklaarde feiten; vgl. de reeds vermelde wetsgeschiedenis in HR NJ 1995, 156. In die sleutel past ook de genoemde uitspraak van het EHRM. Bij toepassing van het oude materiële recht is immers geen sprake van ‘’retrospective imposition’’ en wordt verzoeker ook niet geconfronteerd met een ‘’more farreaching detriment as a result of the order (i.c. ontnemingsmaatregel) than that to which he was exposed at the time of the commission of the offences for which he was convicted’’. Bij toewijzing van de ontnemingsvordering zullen dus de grenzen van art. 36e (oud) Sr in acht genomen moeten worden. Die grenzen waren ook voor verzoeker ten tijde van het (vermoedelijk) begaan der feiten voorzienbaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8470bd1a8b6196cb8c0f15ecbcda72712153d848142b8b4fb5782dfbdc28aa8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8470bd1a8b6196cb8c0f15ecbcda72712153d848142b8b4fb5782dfbdc28aa8d, en de alinea staat in dat document op bytes 16643 tot 17520.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8470bd1a8b6196cb8c0f15ecbcda72712153d848142b8b4fb5782dfbdc28aa8d | shasum -a 256