Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995, ECLI:NL:PHR:1995:19.
Ook art. 14 lid 7 IVBPR kan tegen een dergelijke gang van zaken niet in het geweer worden gebracht, aangezien die bepaling uitdrukkelijk stipuleert dat een tweede vervolging verboden is indien over het feit reeds ‘’in accordance with the law and penal procedure’’ van het land ‘’finally’’ is beslist. Op grond van de MvT blz. 39 en de ratio van de Plukze-wet moet worden aangenomen dat een definitieve beslissing over de hoofdzaak naar nationaal recht (waaraan art. 14 lid 7 IVBPR refereert) niet in de weg staat aan de voortzetting van de procedure die kan leiden tot de indiening van een ontnemingsvordering. Belangrijker is echter dat de Nederlandse regering bij die verdragsbepaling het voorbehoud heeft gemaakt dat zij slechts wordt aanvaard voor zover daaruit geen verdere verplichtingen voortvloeien dan zijn neergelegd in art. 68 Sr. En art. 68 Sr is, gelijk gezegd, niet toepasselijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8470bd1a8b6196cb8c0f15ecbcda72712153d848142b8b4fb5782dfbdc28aa8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8470bd1a8b6196cb8c0f15ecbcda72712153d848142b8b4fb5782dfbdc28aa8d, en de alinea staat in dat document op bytes 19435 tot 20358.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8470bd1a8b6196cb8c0f15ecbcda72712153d848142b8b4fb5782dfbdc28aa8d | shasum -a 256