Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 1995, ECLI:NL:PHR:1995:19.

Ook het verschil in doel dat met beide vervolgingen wordt nagestreefd, rechtvaardigt mijns inziens niet dat ze voor de toepassing van het ne bis in idem-beginsel op gelijke voet worden behandeld. Het oogmerk van de vervolging in de hoofdzaak is immers in de regel overwegend punitief van aard; die in de ontnemingsprocedure reparatief. Voor de toepassing van art. 7 EVRM moge dat onderscheid niet doorslaggevend zijn, zoals het EHRM in de zaak-Welch overwoog, voor de gelding van het ne bis in idem-beginsel lijkt het mij niet zonder betekenis. In verwijderd verband kan worden gewezen op bijvoorbeeld de civiele schadestaatprocedure, die ook niet afgeweerd kan worden met een beroep op de exceptio rei iudicatae ten aanzien van het grondgeschil.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8470bd1a8b6196cb8c0f15ecbcda72712153d848142b8b4fb5782dfbdc28aa8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8470bd1a8b6196cb8c0f15ecbcda72712153d848142b8b4fb5782dfbdc28aa8d, en de alinea staat in dat document op bytes 20364 tot 21124.