Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 1995

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 1995, ECLI:NL:PHR:1995:21.

3. Het gaat hier om een verzoek van de verdediging als bedoeld in art. 328 Sv tot toepassing van de in art. 315 Sv geregelde bevoegdheid van de rechtbank (op grond van art. 415 Sv ook toepasselijk op de in hoger beroep oordelende rechter) om nog niet gehoorde getuigen op te roepen. Op een dergelijk verzoek dient – zo bepaalt art. 330 Sv – uitdrukkelijk te worden beslist. De daarbij te hanteren maatstaf kan weer in art. 315 Sv worden gevonden: het verzoek moet worden toegewezen wanneer de rechter de noodzakelijkheid van het verzochte is gebleken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41ab498c5a074af20761997000543da175111d7388295ae91f911a1a0e47e7cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41ab498c5a074af20761997000543da175111d7388295ae91f911a1a0e47e7cf, en de alinea staat in dat document op bytes 7960 tot 8528.