Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 1995

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 1995, ECLI:NL:PHR:1995:21.

13. Bij medeplichtigheid aan of bij een misdrijf is in beginsel vereist dat de handelingen voorafgaand aan of tijdens het plegen van het misdrijf plaatsvinden. Handelingen die zijn verricht na het gepleegde feit kunnen slechts onder omstandigheden tot strafbaarheid aanleiding geven (vgl. o.m. HR 25 april 1972, NJ 1972, 344). Dergelijke handelingen zijn soms wel apart strafbaar gesteld, o.m. in art. 189 Sr (vgl. Daderschap en deelneming, 3e dr., p. 103). Het op grond van een tevoren gemaakte afspraak in de buurt van het misdrijf met een auto te wachten om nadat het misdrijf is gepleegd te helpen vluchten kan worden aangemerkt als medeplichtigheid; vgl. HR 15 december 1987, NJ 1988, 835 nt. GEM. Daarmee is mijns inziens evenwel niet gezegd, dat het daadwerkelijk helpen bij de vlucht — en het aldus aan de nasporing en aanhouding door de politie onttrekken van de daders van het misdrijf — ook onder die ‘’medeplichtigheid’’ moet vallen. Dat is — dunkt mij — niet het geval. Het met een auto wachten om te helpen vluchten en het daadwerkelijk helpen met vluchten zijn twee verschillende handelingen die — wellicht in enige vorm van samenloop; in casu spreekt het hof van: voortgezette handeling — ieder voor zich strafbaar zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41ab498c5a074af20761997000543da175111d7388295ae91f911a1a0e47e7cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41ab498c5a074af20761997000543da175111d7388295ae91f911a1a0e47e7cf, en de alinea staat in dat document op bytes 13798 tot 15068.