Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 1995
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 1995, ECLI:NL:PHR:1995:21.
16. In de toelichting op het middel wordt als argument waarom voormeld arrest van 1972 zou moeten worden herzien, aangevoerd: er zou een tendens waarneembaar zijn in de richting van hoger straffen in hoger beroep, waardoor zich het gevaar voordoet dat verdachten uit angst voor een hogere straf niet meer in appel gaan. Ik zie niet in hoe deze tendens – overigens een feitelijke omstandigheid, die in cassatie niet vaststaat – zou kunnen worden tegengegaan doordat de appelrechter wordt verplicht in zijn uitspraak te vermelden dat met eenparigheid is besloten tot strafverhoging. Immers ook thans kan slechts met eenparigheid tot zo’n verhoging worden besloten; de steller van het middel wekt de suggestie dat, nu niet in de uitspraak behoeft te worden vermeld dat eenparig tot strafverhoging is beslist, die eenparigheid er wellicht ook niet zal zijn geweest. Die stelling wordt evenwel nergens onderbouwd. Ik zie in hetgeen wordt aangevoerd geen reden om de jurisprudentie omtrent het bepaalde in art. 424, tweede lid Sv, te herzien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41ab498c5a074af20761997000543da175111d7388295ae91f911a1a0e47e7cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41ab498c5a074af20761997000543da175111d7388295ae91f911a1a0e47e7cf, en de alinea staat in dat document op bytes 16609 tot 17664.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41ab498c5a074af20761997000543da175111d7388295ae91f911a1a0e47e7cf | shasum -a 256