Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 1995
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:28.
9. In het onderhavige geval heeft het hof niet uitdrukkelijk overwogen dat van rechtsverwerking pas sprake kan zijn indien [eiser] zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het alsnog geldend maken van zijn aanspraak op de verzekeringsuitkering. Wel heeft heet in r.o. 4.5 uitdrukkelijk overwogen dat “het enkele tijdsverloop nog geen rechtsverwerking met zich brengt en dat ook na verval van instantie een vordering opnieuw aanhangig kan worden gemaakt”. Vervolgens heeft het getoetst aan de hiervoor onder 8 genoemde bijzondere omstandigheden (r.o. 4.6-4.10). Ik meen dat het hof hiermee geen blijk heeft gegeven van een verkeerde rechtsopvatting. De omstandigheid dat het niet uitdrukkelijk de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid heeft vooropgesteld, doet hieraan niet af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df3802dafd60da1116530a66338175c83b96798c07c05c3751d9f63d8517fa31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df3802dafd60da1116530a66338175c83b96798c07c05c3751d9f63d8517fa31, en de alinea staat in dat document op bytes 10594 tot 11465.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df3802dafd60da1116530a66338175c83b96798c07c05c3751d9f63d8517fa31 | shasum -a 256