Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1995
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1995, ECLI:NL:PHR:1995:30.
6. Hij wijst in dit verband op een gesprek dat hij en een collega enkele weken vóór 20 juli 1990 hadden gevoerd met de echtgenote van [verweerder] over hun inkomenspositie tijdens de vakantieperiode. [de echtgenote] heeft toen volgens hem duidelijk gemaakt dat het bedrijf gedurende de periode van 23 juli tot 10 augustus 1990 (de bouwvakvakantie) gesloten zou zijn en dat werknemers die nog geen recht hadden op een toereikend aantal vakantiedagen zich tot de gemeente moesten wenden voor een RWW-uitkering. Na deze bespreking heeft [eiser], naar hij zegt, niet de indruk gekregen dat toch tijdens de vakantie doorgewerkt zou moeten worden. Hij betwist uitdrukkelijk dat hem op 20 juli 1990 bij de overhandiging van het loonzakje door [de echtgenote] — [de zoon] was zijns inziens hierbij niet aanwezig — is gezegd dat er nieuw werk was en dat hij als werknemer met nog onvoldoende vakantiedagen gewoon op 23 juli moest komen werken. Voor het bewijs van deze betwisting biedt hij zichzelf als getuige aan. Het spreekt voor zich, zo concludeert hij, dat hij zich niet aan werkweigering heeft schuldig gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0e79e376a7a1273baf5db9f8c78315df410f476ea58be9b2bc2f065bcfef57d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0e79e376a7a1273baf5db9f8c78315df410f476ea58be9b2bc2f065bcfef57d, en de alinea staat in dat document op bytes 7960 tot 9088.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e0e79e376a7a1273baf5db9f8c78315df410f476ea58be9b2bc2f065bcfef57d | shasum -a 256