Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1995
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1995, ECLI:NL:PHR:1995:30.
8. Onderdeel 1 mist feitelijke grondslag voorzover het erover klaagt dat de rechtbank in het geheel niet op de stellingen van [eiser] is ingegaan. De rechtbank begint immers haar rechtsoverwegingen omtrent de eerste grief met de, mede op de verklaring van beide getuigen gebaseerde, vaststelling dat [verweerder] voldoende heeft aangetoond dat [eiser] zich schuldig heeft gemaakt aan werkweigering. Het door [eiser] verwoorde, hiervoor onder 6 weergegeven, standpunt van het tegendeel wordt derhalve heel duidelijk verworpen. Gegeven de twee getuigenverklaringen acht ik dit oordeel ook niet onvoldoende gemotiveerd. Over het voorbijgaan aan het bewijsaanbod van [eiser] wordt in cassatie niet geklaagd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0e79e376a7a1273baf5db9f8c78315df410f476ea58be9b2bc2f065bcfef57d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0e79e376a7a1273baf5db9f8c78315df410f476ea58be9b2bc2f065bcfef57d, en de alinea staat in dat document op bytes 9660 tot 10376.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e0e79e376a7a1273baf5db9f8c78315df410f476ea58be9b2bc2f065bcfef57d | shasum -a 256