Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1995

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1995, ECLI:NL:PHR:1995:30.

10. In het concrete geval acht ik dit evenwel een te vergaande eis, omdat de feitelijke grondslag waarop [eiser] zijn interpretatie had gebaseerd na toetsing door de rechtbank onjuist is bevonden. Het ‘’even tevoren’’ in r.o. 5.1 vonnis rechtbank heeft dan ook hierop betrekking: anders dan [eiser] beweert, is wel degelijk gesproken over doorwerken, maar [eiser] heeft dit geweigerd, waarna [de echtgenote] — wederom anders dan [eiser] beweert — heeft gereageerd zoals ze gedaan heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0e79e376a7a1273baf5db9f8c78315df410f476ea58be9b2bc2f065bcfef57d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0e79e376a7a1273baf5db9f8c78315df410f476ea58be9b2bc2f065bcfef57d, en de alinea staat in dat document op bytes 10931 tot 11442.