Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:32.

7. Ook indien het audiëntieblad wèl tot de in cassatie kenbare stukken mag worden gerekend, falen de eerste, tweede en vierde klacht van middel I. De rechter is bij hetgeen hij in zijn vonnis vaststelt niet gebonden aan wat daarover in een proces-verbaal is vermeld, zodat een verschil tussen de inhoud van het proces-verbaal en de overweging van de rechter waarop zijn beslissing steunt, deze laatste niet zonder meer onbegrijpelijk maakt. Aldus HR 21 januari 1994, NJ 1994, 335 dat verwijst naar HR 30 maart 1979, NJ 1979, 510. In meer algemene zin spreekt art. 419 lid 3 Rv de voorrang uit van vaststellingen in de bestreden uitspraak boven die welke in de gedingstukken zijn te vinden. Zie over deze bepaling o.m. Veegens-Korthals Altes-Groen, 1989, nr. 162.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea, en de alinea staat in dat document op bytes 7422 tot 8199.