Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:32.
8. Zou derhalve in casu het audiëntieblad tot de in cassatie kenbare gedingstukken behoren, dan zou de vaststelling in het vonnis desondanks in beginsel prevaleren. Alleen wanneer de vaststelling onbegrijpelijk is of wanneer de rechtbank daarbij blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, zou dit anders zijn. Over onbegrijpelijkheid of enig ander gebrek in de motivering klaagt middel I echter niet, terwijl [eiser]' standpunt dat het bepalen van een datum voor pleidooi
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea, en de alinea staat in dat document op bytes 8215 tot 8711.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea | shasum -a 256