Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:32.
als een incidenteel vonnis moet worden aangemerkt, mij onjuist lijkt. Het door [eiser] genoemde arrest van HR 3 februari 1984, NJ 1984, 765, r.o. 3.5 bewijst niet het tegendeel. Het arrest onderstreept het belang van het pleidooi door de overgelegde pleitnota tot de gedingstukken te rekenen, maar daarmee is het vaststellen van een dag voor pleidooi nog geen incidenteel vonnis. Net als het bepalen van termijnen voor conclusies of het verlenen van uitstel e.d. is het een maatregel ter rolle die enkel wordt genomen ter verzekering van de geregelde loop van de zaak en/of ter bevordering van een behoorlijke rechtspraak. Enig inhoudelijke element ontbreekt. Daarom ook staat tegen zo'n rolbeschikking geen enkel rechtsmiddel open. Vergelijk voor verdere gegevens over rolbeschikkingen de conclusies van A-G Asser voor HR 13 september 1991, NJ 1991, 767 (sub 4.3) en HR 10 september 1993, NJ 1994, 507 (sub 2), alsmede zijn conclusie van 28 april 1995 in de zaak rolnummer 15.688 (sub 2.12-2.17).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea, en de alinea staat in dat document op bytes 8996 tot 10006.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea | shasum -a 256