Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:32.

11. Middel II verwijt de rechtbank art. 353 Rv te hebben geschonden door te overwegen dat art. 144 Rv in de procedure in hoger beroep onverkort van toepassing is. Het middel acht dit onjuist, omdat art. 144 Rv in art. 353 Rv niet wordt genoemd. De klacht faalt. Zij ziet over het hoofd dat art. 144 Rv via art. 347 Rv in hoger beroep geldt. De motiveringsklacht van middel II faalt omdat rechtsoordelen niet met succes met motiveringsklachten kunnen worden bestreden. Terecht heeft mr. Barendrecht in zijn dupliek opgemerkt dat middel II niet de klacht bevat dat, gegeven dat art. 144 Rv in appel wèl toepasselijk is, de rechtbank een onjuiste beslissing heeft gegeven door [eiser] niet toe te laten tot het pleidooi. De Hoge Raad zou de kwestie desondanks bij wege van obiter dictum kunnen beslissen. Indien hij dit overweegt en behoefte heeft aan een conclusie op dit punt, ben ik daartoe uiteraard gaarne bereid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea, en de alinea staat in dat document op bytes 10957 tot 11886.