Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:32.

3. In mijn conclusie van 23 juni 1995 heb ik de klacht niet opgevat als inhoudende de stelling dat de beslissing van de rechtbank om met een beroep op (art. 347 jo) art. 144 Rv [eiser] niet tot het pleidooi toe te laten, hoe dan ook fout is. In mijn interpretatie van de klacht betoogt [eiser] slechts dat de beslissing van de rechtbank fout is omdat de wederpartij zich niet tegen het verzoek heeft verzet en de rechter geen ambtshalve bevoegdheid tot weigeren heeft. Zie ook de schriftelijk toelichting in cassatie, p. 9 waarin art. 144 Rv wordt omschreven als een artikel dat niets dwingend voorschrijft en in de meest letterlijke zin regelend recht biedt. Anders gezegd: volgens mij verdedigt [eiser] in derde klacht van middel I slechts de stelling dat indien de wederpartij zich niet tegen een verzoek tot pleidooi verzet, de rechter zo'n verzoek niet mag afwijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea, en de alinea staat in dat document op bytes 13887 tot 14771.