Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:32.
9. Geen uitzondering vormt m.i. de bevoegdheid van appellant om in de loop van de procedure, tot en met het pleidooi, nieuwe feiten te stellen, omdat nieuwe feiten zich moeten bewegen binnen de door de grieven getrokken grenzen van de rechtsstrijd. Indien die grenzen niet getrokken zijn, hebben nieuwe feiten geen zin dan wel - meer waarschijnlijk - komen ze neer op een grief die als tardief moet worden gepasseerd. Hetzelfde geldt voor het bij pleidooi alsnog willen doen van een bewijsaanbod.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea, en de alinea staat in dat document op bytes 19585 tot 20094.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea | shasum -a 256