Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:32.

16. In het tweede geval heeft geïntimeerde geen verstek laten gaan, maar, net als in het onderhavige geval, niet van antwoord gediend. Gesteld dat er bij tussenarrest een bewijslevering wordt gelast. Zou dan de geïntimeerde alleen omdat hij niet van antwoord heeft gediend, ook uitgesloten moeten zijn van een conclusie na bewijslevering, het bij akte in het geding brengen van stukken, een eventuele comparitie en van het pleidooi? Of zou hij in een dergelijk geval alleen van het pleidooi moeten worden uitgesloten in verband met het bepaalde in art. 144 Rv zoals de rechtbank dit artikel in het onderhavige geval heeft uitgelegd?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea, en de alinea staat in dat document op bytes 24548 tot 25195.