Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:32.
17. Ik beantwoord beide vragen ontkennend. Het niet dienen van antwoord wordt niet gesanctioneerd met uitsluiting van verdere proceshandelingen, ook niet alleen van het pleidooi. Art. 347 jo art. 144 Rv gaat uit van de normale situatie dat er een schriftelijke stukkenwisseling in appel tussen partijen plaatsvindt. Dat wil echter niet zeggen dat een memorie van antwoord ook een voorwaarde is voor toelating van geïntimeerde tot het pleidooi. Ook zonder memorie van antwoord heeft de geïntimeerde een standpunt waarmee de appelrechter rekening moet houden - zie hiervoor nr. 11 t/m 14 -: alles wat hij in eerste aanleg heeft gezegd over het onderwerp van de grieven, de niet prijsgegeven weren en gronden en voorts hetgeen in de eventuele verdere stukkenwisseling ter sprake wordt gebracht, waaronder mogelijk een bewijsaanbod en een wijziging van eis.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea, en de alinea staat in dat document op bytes 25211 tot 26079.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea | shasum -a 256