Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:32.
19. Hier komt bij dat een zo strikte opstelling als die van de rechtbank niet nodig is. Natuurlijk dient de door de wetgever bepaalde ordening van het debat in appel waarin eis en verweer zoveel mogelijk in een éénmalige stukkenwisseling worden vastgelegd, te worden gevolgd, maar hierboven bleek al - en het "zoveel mogelijk" wijst daar ook op - dat ook daarna het debat binnen zekere grenzen nog kan worden voortgezet, uitgebreid of gewijzigd. Wel moet gewaakt worden tegen misbruik, maar wat dit betreft zijn er andere, betere, want meer evenwichtige manieren dan die welke de rechtbank heeft gehanteerd. Ik doel met name op de goede procesorde. Daaraan heeft de rechter voldoende houvast om een geïntimeerde die in zijn pleidooi te veel nieuwe feiten, stellingen en weren opwerpt en daarmee hetzij de appellant voor verrassingen plaatst, hetzij de procedure naar nog niet in de stukken geïndiceerde paden wil brengen, tot de orde te roepen. Het spreekt voor zich dat in het algemeen de geïntimeerde die niet van antwoord heeft gediend, eerder dan een geïntimeerde die dit wel heeft gedaan het risico loopt dat tijdens het pleidooi naar voren gebrachte feiten en stellingen als nieuw worden aangemerkt en wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing worden gelaten. Die sanctie lijkt mij terecht, maar ook voldoende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea, en de alinea staat in dat document op bytes 27174 tot 28524.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea | shasum -a 256