Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995
Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:32.
20. Er is nóg een argument dat pleit tegen de beslissing van de rechtbank. Het hangt samen met het volgende. In de Nederlandse regeling van de rechtbank-procedure in eerste aanleg en van het hoger beroep is het recht op pleidooi als een normaal bestanddeel ingebouwd. Zodra een partij te kennen geeft pleidooi te wensen, moet dit worden toegestaan. Het is het enige mondelinge element in de dagvaardingsprocedure waarop partijen aanspraak kunnen maken. Daarnaast heeft de rechter te allen tijde de bevoegdheid partijen mondeling te horen door het gelasten van een comparitie van partijen. Het belang dat gehecht wordt aan het mondelinge element in de dagvaardingsprocedure is sterk toegenomen. Met name komt dit tot uitdrukking in de verplichting van de eerste
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea, en de alinea staat in dat document op bytes 28975 tot 29750.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea | shasum -a 256