Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995
Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:32.
21. Indien een geschil in eerste en enige instantie door een rechterlijk college beoordeeld wordt en er zowel vragen over het recht als over de feiten kunnen rijzen, is het vaste rechtspraak van het EHRM dat in dat geval art. 6 lid 1 EVRM een aanspraak op een "oral hearing" garandeert (par. 20-22 Fredin c. Zweden en par. 43-44 Fisher c. Oostenrijk), tenzij de betrokken partij hiervan afstand heeft gedaan (par. 67 Hákansson en Sturesson). In appel geldt de aanspraak niet onverkort, maar is zij afhankelijk van de bevoegdheden van de appelinstantie. Blijken deze beperkt te zijn tot bijvoorbeeld rechtsvragen, dan is een "oral hearing" niet verplicht (mits er wel in eerste aanleg een mondelinge zitting is gehouden). Strekken de bevoegdheden van de appelrechter zich evenwel in volle omvang uit tot rechtsvragen en feitelijke vragen, dan hangt de aanspraak op een "oral hearing" af van de omstandigheden van het geval. Meer in het bijzonder moet hierbij gelet worden op het belang van de zaak en op de behoefte van de appelrechter om opheldering te krijgen over de feiten. Ik verwijs kortheidshalve naar de genoemde literatuur waarin tevens verdere gegevens zijn opgenomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea, en de alinea staat in dat document op bytes 30638 tot 31829.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea | shasum -a 256