Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995
Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:32.
23. Op grond van het voorafgaande beantwoord ik de door de Hoge Raad in zijn arrest van 29 september 1995, RvdW 1995, 179C gestelde vraag voor het onderhavige geval als volgt: een met de devolutieve werking van het appel strokende uitleg van art. 347 jº art. 144 Rv, mede tegen de achtergrond van art. 6 EVRM en het daarin begrepen recht op (onder omstandigheden) een "oral hearing", brengt mee dat een geïntimeerde die daarom verzoekt, naar Nederlands recht in een dagvaardingsprocedure aanspraak heeft op pleidooi, ook indien geen memorie van antwoord is genomen. De rechter mag het verzoek niet weigeren, ook niet als de wederpartij daarom vraagt. Alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden kan ik mij voorstellen dat de appelrechter anders mag beslissen, meer in het bijzonder wanneer het verzoek om te pleiten in het concrete geval neerkomt op misbruik van recht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea, en de alinea staat in dat document op bytes 32563 tot 33448.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea | shasum -a 256