Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:32.

24. Dit antwoord impliceert dat ik nog steeds - zie mijn conclusie van 23 juni 1995 - van mening ben dat in het onderhavige geval ook [eiser]' derde klacht van middel I faalt en dat mitsdien zijn cassatieberoep moet worden verworpen. De klacht poneert een rechtsopvatting die precies het tegenovergestelde inhoudt van ik als geldend recht beschouw. Ook met behulp van art. 48 Rv is deze tegenstelling in cassatie m.i. niet glad te strijken: het zou neerkomen op ambtshalve cassatie. Zie overigens over de moeizame afbakening van de uitleg van het cassatiemiddel en de verplichte of verboden aanvulling van rechtsgronden in cassatie Veegens-Korthals Altes-Groen, Cassatie, 1989, nr. 135 en 154.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8e4ffdfda810679dd21a6e7748720684305e20ec1c85fe3f87460e8e5f042ea, en de alinea staat in dat document op bytes 33819 tot 34525.