Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 1995

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 1995, ECLI:NL:PHR:1995:34.

6. Middel I stuit daarop af. Het is daarom niet noodzakelijk de vraag onder het oog te zien of de bedrijfsvereniging, door de onjuistheid van de eerdere beslissing naar de toen geldende maatstaven te erkennen, tevens de onrechtmatigheid van haar toenmalig gedrag heeft erkend. In dat geval zou de uitkeringsgerechtigde uit de verklaringen en gedragingen van de bedrijfsvereniging hebben kunnen begrijpen dat geen geschil bestond op het punt van de onrechtmatigheid. Volgens HR 18 juni 1993 NJ 1993 no. 642 kan de bedrijfsvereniging in zo'n situatie geen beroep doen op de formele rechtskracht van haar beslissing; zie ook HR 26 feb. 1988 NJ 1989 no. 528. Het lijkt mij in het licht van het hiervoor betoogde echter dat deze jurisprudentie i.c. niet toepasselijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be129b922755f3fe953b4ef4d315fba6aea814400f600fbcca4bff7a28a8cdc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be129b922755f3fe953b4ef4d315fba6aea814400f600fbcca4bff7a28a8cdc3, en de alinea staat in dat document op bytes 12356 tot 13134.