Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 1995
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 7 april 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 1995, ECLI:NL:PHR:1995:39.
13. Aangezien enerzijds de bank is gehouden om na het inroepen van de garantie zo spoedig mogelijk tot betaling over te gaan en anderzijds de begunstigde bevoegd is gebreken in zijn verzoek nog voor het verstrijken van de garantietermijn te herstellen, wordt algemeen geleerd dat de bank, indien het betalingsverzoek niet precies voldoet aan de garantievoorwaarden, tegenover de begunstigde gehouden is deze daarvan onverwijld op de hoogte te stellen. Zie F.H.J. Mijnssen, De bankgarantie, Preadvies Ver. "Handelsrecht" 1984, p. 49/50; Bertrams, a.w. (1992), p. 62; De Savorin Lohman, a.w., p. 23. De bank is, anders gezegd, verplicht om zo spoedig mogelijk op het betalingsverzoek te reageren, ofwel door te betalen, ofwel door aan de begunstigde te berichten waarom (nog) niet tot betaling kan worden overgegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1d69f2eb86b8696853ba333a647a06d6a5eb2417accb3c1db8b7374bb18398c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1d69f2eb86b8696853ba333a647a06d6a5eb2417accb3c1db8b7374bb18398c, en de alinea staat in dat document op bytes 12168 tot 12995.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b1d69f2eb86b8696853ba333a647a06d6a5eb2417accb3c1db8b7374bb18398c | shasum -a 256