Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 1995

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 7 april 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 1995, ECLI:NL:PHR:1995:39.

21. De eerste klacht keert zich tegen het oordeel van het hof, in r.o. 4.10, dat van de Bank bij de duidelijke tekst van de garantie niet kon worden gevergd dat zij zich verdiepte in de vraag of de belangen van de opdrachtgever tot het stellen van de garantie door het vereiste van betekening en het vervuld zijn van dat vereiste al dan niet werden gediend en dat zij het van de beantwoording van die vragen zou laten afhangen of zij een beroep op dat vereiste deed. Het middelonderdeel acht deze benadering door het hof te abstract en betoogt dat van de Bank wel degelijk kon worden verlangd te beoordelen in hoeverre haar belangen c.q. die van de opdrachtgever in concreto werden geschaad doordat bedoeld exploit achterwege was gebleven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1d69f2eb86b8696853ba333a647a06d6a5eb2417accb3c1db8b7374bb18398c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1d69f2eb86b8696853ba333a647a06d6a5eb2417accb3c1db8b7374bb18398c, en de alinea staat in dat document op bytes 15810 tot 16562.