Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 1995

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 21 april 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 1995, ECLI:NL:PHR:1995:4.

3) [erflaatster] is op 17 september 1992 overleden. Haar erfgenamen, verweersters in cassatie (hierna te noemen: [verweersters] ), zijn van dit vonnis in hoger beroep gekomen bij de rechtbank te Amsterdam. [eiseres] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld. In appel zijn de zelfde vragen aan de orde gesteld als in eerste aanleg. Bij vonnis van 10 november 1993 heeft de rechtbank het oordeel van de kantonrechter in reconventie bekrachtigd. Wel waren naar het oordeel van de rechtbank de onderhandelingen zover gevorderd dat er plaats zou zijn voor een kostenvergoeding, maar toewijzing daarvan kon niet volgen omdat deze in het onderhavige geding niet door [eiseres] is gevorderd. De rechtbank heeft het oordeel van de kantonrechter in conventie vernietigd en van recht verklaard dat op de betreffende huurovereenkomst de art. 7A:1624 e.v. BW en de Huurwet niet van toepassing zijn en dat de huurovereenkomst derhalve is geëindigd op 18 juli 1993. Tevens heeft de rechtbank [eiseres] veroordeeld om het gehuurde aan de [a-straat 1] te [plaats] te ontruimen op straffe van verbeurte van een dwangsom. Het anders of meer gevorderde heeft de rechtbank afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3023cd39987ea8e68692d62e5e7d745c6e5b9ac6a37abe8014ba426253c4331. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3023cd39987ea8e68692d62e5e7d745c6e5b9ac6a37abe8014ba426253c4331, en de alinea staat in dat document op bytes 10365 tot 11565.