Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 1995

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 21 april 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 1995, ECLI:NL:PHR:1995:4.

De bestreden overweging van de rechtbank is in het licht van deze uitlatingen naar mijn mening niet onbegrijpelijk, waarbij mede van belang is dat het gesprek tussen partijen plaats vond op 27 september 1990 en partijen kennelijk rekening hielden met de mogelijkheid dat de reconstructie gereed (en de vergoeding verschuldigd) zou zijn vóór juli 1991. Misschien is het ongebruikelijk een indexering reeds vrij kort (binnen een jaar) na het sluiten van een overeenkomst te willen laten ingaan, uitgesloten is het niet, en de rechtbank kon daartoe dus zeer wel concluderen. Ik wijs ter illustratie nog op de brief van [eiseres] van 8 sept. 1982, waarbij de verlenging van de overeenkomst werd bevestigd: de eerste verhoging ging op 1 juli 1982 in.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3023cd39987ea8e68692d62e5e7d745c6e5b9ac6a37abe8014ba426253c4331. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3023cd39987ea8e68692d62e5e7d745c6e5b9ac6a37abe8014ba426253c4331, en de alinea staat in dat document op bytes 31801 tot 32573.