Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 1995

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 21 april 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 1995, ECLI:NL:PHR:1995:4.

19) Op dit een en ander stuit ook subonderdeel 3e af: de rechtbank heeft de tussen partijen bestaande geschilpunten van aanzienlijk groter gewicht geacht dan [eiseres] aanvoert (de in subonderdeel 3c geponeerde stellingen staan geenszins alle in cassatie vast), welke beslissing als van feitelijke aard voor rekening van de rechtbank moet blijven. Onbegrijpelijk is zij m.i. niet. Zie hieromtrent behalve de reeds genoemde rechtspraak van Uw Raad, die overigens vanwege het feitelijke karakter van de onderhavige materie slechts in beperkte mate vergelijkbaar is, nog HR 14 juni 1968, NJ 1968, 331 (Polak/Zwolsman); 16 juni 1989, NJ 1989, 804 (Hofman/Vlissingen); en 18 maart 1994, RvdW 1994, 76.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3023cd39987ea8e68692d62e5e7d745c6e5b9ac6a37abe8014ba426253c4331. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3023cd39987ea8e68692d62e5e7d745c6e5b9ac6a37abe8014ba426253c4331, en de alinea staat in dat document op bytes 37612 tot 38321.