Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 1995

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:40.

5) Vooropgesteld zij dat de aansprakelijkheid van beoefenaren van vrije beroepen, waaronder advocaten, moet worden beoordeeld aan de hand van de maatstaf of zij hebben gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende vakgenoot mag worden verwacht. Zie HR 9 nov. 1991, NJ 1991, 26 en 26 april 1991, NJ 1991, 455. Zie voor enige jurisprudentie van de Hoge Raad met betrekking tot juridische bijstand: HR 2 april 1982, NJ 1983, 367; 26 april 1991, b.a .; 1 november 1991, NJ 1992, 121; 29 november 1992, NJ 1992, 808; 14 mei 1993, NJ 1993, 457. Zie verder Michiels van Kessenich-Hoogendam, Beroepsfouten (1995), p. 72 e.v .; dez. in Losbladige Onrechtmatige daad, VIII, nr. 9 e.v. Ik kan deze algemene vraag verder laten rusten, omdat de vraag of [verweerder] een (hem toerekenbare) fout heeft gemaakt in cassatie niet aan de orde is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1c2b84ebe38cd1d15e5b6394424ab42d1fcf605cdf12e3ba2e436dea34ea9d3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1c2b84ebe38cd1d15e5b6394424ab42d1fcf605cdf12e3ba2e436dea34ea9d3a, en de alinea staat in dat document op bytes 7181 tot 8060.