Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 1995
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:40.
Ik merk hierbij nog op dat het hof de memorie van grieven kennelijk en niet onbegrijpelijk aldus heeft opgevat dat [eiser] betoogde dat een bezwaarschrift succes zou hebben gehad; zie m.v.g. p. 3 bovenaan, alsmede p. 5 voorlaatste en laatste alinea. Het is m.i. niet onbegrijpelijk dat het hof de grieven alleen daarop heeft betrokken, en niet in die zin heeft opgevat dat [eiser] tevens een grief heeft geformuleerd die was gericht op de mogelijkheid dat een na afwijzing van het bezwaarschrift ingesteld beroep bij de belastingrechter tot een voor hem gunstige uitspraak zou hebben geleid. Een dergelijke mogelijkheid is wel kort aan de orde geweest (zie conclusie van repliek nrs. 18 en 21 - overigens in verband met de uitspraak op het bezwaarschrift 1983 - en pleitnota mr. Molkenboer in appel, p. 3), maar zoals gezegd, een grief was daaromtrent niet geformuleerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1c2b84ebe38cd1d15e5b6394424ab42d1fcf605cdf12e3ba2e436dea34ea9d3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1c2b84ebe38cd1d15e5b6394424ab42d1fcf605cdf12e3ba2e436dea34ea9d3a, en de alinea staat in dat document op bytes 11870 tot 12829.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1c2b84ebe38cd1d15e5b6394424ab42d1fcf605cdf12e3ba2e436dea34ea9d3a | shasum -a 256