Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 1995
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 8 september 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:44.
16. Ik meen dat deze eis in casu niet terecht is. [verzoekster] was van de indiening van het verzoekschrift op 3 augustus 1994 niet op de hoogte, althans is het tegendeel niet gesteld, gebleken of door de rechtbank aan haar beslissing ten grondslag gelegd. Toen zij verhuisde op of omstreeks 9 augustus 1994 wist zij dat evenmin. Hoe kan dan van haar verlangd worden dat zij aan het kantongerecht haar adreswijziging doorgeeft? Waarom zou ze dat doen? Ook daarna was er voor haar geen reden om dit te doen, want ze wist nog steeds niet dat er een procedure tegen haar liep, althans geldt ook hier dat het tegendeel niet is gesteld, gebleken of door de rechtbank aan haar beslissing ten grondslag gelegd. Immers, zoals hiervoor onder 15 gezegd, heeft de rechtbank juist uitdrukkelijk in het midden gelaten of de stukken [verzoekster] ook daadwerkelijk bereikt hebben. Ze heeft alleen geoordeeld dat [verzoekster] geacht moet worden de stukken te hebben ontvangen. [verzoekster] heeft hiertegenover gesteld dat zij de stukken pas op 16 november 1994 in handen heeft gekregen. Niet is vastgesteld of overwogen dat [verzoekster] voordien uit andere hoofde op de hoogte was van de tegen haar lopende procedure.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7735743e2a38e99742ecba97eb061b6b11d62a9d160a97f3c906c07aa7901699. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7735743e2a38e99742ecba97eb061b6b11d62a9d160a97f3c906c07aa7901699, en de alinea staat in dat document op bytes 12440 tot 13658.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7735743e2a38e99742ecba97eb061b6b11d62a9d160a97f3c906c07aa7901699 | shasum -a 256