Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 1995
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 8 september 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:44.
18. Het is deze verbinding tussen de situatie op 18 augustus 1994 en 13 oktober 1994 die in onderdeel I wordt gewraakt. Mijns inziens terecht. De rechtbank heeft een maatstaf aangelegd die, gelet op het grote belang dat geen afbreuk wordt gedaan aan de door de wet beoogde waarborg dat de verzonden beschikking de betrokkene ook daadwerkelijk bereikt, alleen kan opgaan indien [verzoekster] (aanvankelijk) wel in de procedure was verschenen, maar geen melding had gemaakt van haar nieuwe adres en de griffier de aangetekend verzonden beschikking niet had terugontvangen (want indien dat wel zou zijn gebeurd, zou ingevolge art. 6 Besluit oproepingen, mededelingen en zendingen verzoekschriftprocedure (Besluit OMV) de griffier het adres hebben moeten verifiëren en dan zou hij ontdekt hebben dat [verzoekster] inmiddels elders woonde, waarna hij alsnog de beschikking aangetekend naar het nieuwe adres zou hebben moeten sturen).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7735743e2a38e99742ecba97eb061b6b11d62a9d160a97f3c906c07aa7901699. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7735743e2a38e99742ecba97eb061b6b11d62a9d160a97f3c906c07aa7901699, en de alinea staat in dat document op bytes 14276 tot 15218.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7735743e2a38e99742ecba97eb061b6b11d62a9d160a97f3c906c07aa7901699 | shasum -a 256