Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995, ECLI:NL:PHR:1995:46.

10. Hoewel in cassatie niet bestreden wil ik toch enkele kanttekeningen plaatsen bij de in nr. 8 onder A en C vermelde weergave door het hof van de stand van de rechtspraak inzake koude uitsluiting en vergoedingsrechten. In het arrest […]/[…] (HR 12 juni 1987, NJ 1988, 150, met vervolg in Hof den Haag 4 november 1988, NJ 1989, 540) is geoordeeld dat tussen echtgenoten die bij hun huwelijkse voorwaarden elke gemeenschap hebben uitgesloten, vergoedingsrechten kunnen ontstaan doordat goederen die gedurende het huwelijk op naam van de een zijn verkregen, geheel of gedeeltelijk zijn gefinancierd met geld van de ander. De Hoge Raad baseert dit oordeel op analoge toepassing van de vergoedingsrechten en - plichten van onder meer art. 1:95 lid 2 BW, 1:96 lid 2 BW en art. 1:127 BW. Dezelfde regel geldt wanneer het betreft goederen die op naam van beide echtgenoten zijn verkregen, maar in overwegende mate door een van hen zijn gefinancierd (HR 10 januari 1992, NJ 1992, 651). Dezelfde regel zal eveneens van toepassing zijn indien gelden op naam van de ander zijn gesteld zonder dat er goederen voor zijn gekocht. In deze zin ook Luijten in zijn noot onder […]/[…], nr. 2 sub a i.f., alsmede het hof in de onderhavige zaak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160, en de alinea staat in dat document op bytes 12442 tot 13689.