Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995, ECLI:NL:PHR:1995:46.
21. De klacht mist feitelijke grondslag. De rechtbank heeft in r.o. 5 eindvonnis geoordeeld dat de man geen feiten en omstandigheden heeft gesteld die een uitzondering op de nominaliteit van zijn vergoedingsaanspraak zouden kunnen rechtvaardigen. De rechtbank heeft vervolgens in r.o. 8 de vergoedingsaanspraak berekend naar de nominale waarde. Daartegen is de man in appel niet opgekomen, ook niet voorwaardelijk. De beslissing van de rechtbank kwam, zoals hij zelf in de memorie van antwoord, p. 32 heeft gesteld, tegemoet aan hetgeen hij wilde, te weten de helft van het vermogen van f 2 miljoen. In die situatie stond het het hof niet vrij om ambtshalve te toetsen of er wellicht redenen waren voor een uitzondering op de nominaliteit van de vergoedingsaanspraken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160, en de alinea staat in dat document op bytes 23447 tot 24228.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160 | shasum -a 256