Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995
Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995, ECLI:NL:PHR:1995:46.
22. Overigens geeft de beslissing van het hof ook inhoudelijk geen blijk van een verkeerde rechtsopvatting. De vergoedingsaanspraken die het hof heeft toegewezen, hebben betrekking op onroerend goed. Ten aanzien daarvan heeft de Hoge Raad in zijn uitspraak van 10 januari 1992, NJ 1992, 651 geoordeeld dat de ontwikkeling van de laatste tientallen jaren op de onroerend goed-markt in Nederland waardoor woningen sterk in waarde zijn gestegen of gedaald, niet een uitzondering als bedoeld in […]/[…] rechtvaardigt. Het berechte geval had betrekking op een situatie waarin met geld van (vooral) de één een woning was verkregen op naam van beide echtgenoten. Ieder der partijen deelde voor de helft mee in de stijging of daling van de waarde, aldus de Hoge Raad. Kraan interpreteert in zijn Het nieuwe huwelijksvermogensrecht, 1994, p. 129 deze beslissing aldus dat zij in feite altijd een verrekening van waardestijging en -daling bij onroerend zal verhinderen, ook - zo begrijp ik hem - in gevallen als de onderhavige waarin de woning op naam van slechts één partij is gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160, en de alinea staat in dat document op bytes 24244 tot 25341.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160 | shasum -a 256